Vandaag traden we met wat schrijvers op in het Venrays Museum. We troffen een heel aandachtig publiek. Altijd fijn. De publiciteit vooraf was naatje pet. Veel mensen waren er dus niet. Maar, de sfeer was goed, het gevoel was goed, de kwaliteit was oké. El kwam ook even luisteren en vond mijn bijdrage nogal zwaarmoedig. Ze had gelijk, maar het kon me niks schelen. Volgende keer anders. Toen ik dat dacht, ging door mijn hoofd: Volgende keer? En tegelijk ook dat ik niet echt nerveus was geweest. Dat was voor het eerst sinds ik alleen of in klein gezelschap voor het laatst voor een zaal had gestaan. Voor het eerst weer dacht ik dat ik dat gewoon ging doen. Een volgende keer ook, realiseerde ik me. En wat me ook duidelijk werd is dat er te weinig gelegenheden zijn waar amateur-schrijvers hun proza en poëzie aan een aandachtig publiek kunnen presenteren. Om te toetsen en te leren op een open podium. Zonder dat er van competitie sprake is. Ik ga er maar eens over nadenken of en hoe dat te realiseren is.
Lijstje
Ik raakte rond een uur of vijf toch nog in de supermarkt verzeild. Samen met de oudste zoon. El en ik waren rond een uur of vier naar de jongste in Merselo gefietst waar we enigszins oververhit neerstreken in de tuin. We troffen er ook zijn vrouw en alle kleinkinderen. In de schaduw dronken we een glaasje water en daarna een wijntje met een hapje en nadat de oudste en zijn vrouw ook waren gearriveerd opperde iemand dat we wel met z’n allen konden barbecueën. Dus moesten we nog even naar de winkel. Voor de duidelijkheid, ik houd niet zo van wat de supermarkt aan voedsel voor de BBQ in het assortiment heeft en El evenmin maar dat maakt niet uit. Juist ook voor deze momenten waren we drie jaar geleden naar Venray teruggekomen. Samen eten en een glaasje drinken, spontaan, als dat zo in een hoofd opkomt, daar houden we van en dat kan nu. Toen Bee de krat met voedsel uit het winkelwagentje tilde, zag ik op de bodem een papiertje liggen. Het was een boodschappenlijstje. Het handschrift was wat schools, wat kinderlijk en onregelmatig, geheel geschreven in onderkast, zonder hoofdletters dus. Het kwam van een blocnote van A6-formaat, met lijntjes. Er zaten vouwen in, het was in vieren gevouwen geweest en waarschijnlijk meegenomen in een portemonnee. Er zaten nog wat meer vouwen in, het briefje was niet echt vriendelijk behandeld, ook slecht uit het blokje gescheurd. Er was ronduit slordig mee omgesprongen. Maar, wat vertelde het briefje nog meer? Boven aan het lijstje stond: krieltjes + sla + vlees. Dat leek me de warme maaltijd voor vandaag. Dan onder elkaar: macaroni, groente, ham, maggie. Die leken me ook bij elkaar te horen. Dat was de warme maaltijd voor morgen, een macaroni overschotel, dacht ik. Dat leidde ik ook af uit wat het lijstje vervolgens prijsgaf: eten maandag. En dan verdwijnt de logica uit beeld met daaronder: vlees, sausjes, brinta. De barbecue was overigens een succes, maar qua voedsel: El en ik hadden ook goed kunnen leven met krieltjes, sla en vlees.
Gelnagels
Ze zaten een tafeltje verderop, twee vrouwen die je tegenwoordig meiden noemt. Ze stralen uit dat ze niet voor de poes zijn maar wel van wanten weten. Je maakt ze niets wijs, ook dat doen ze zelf wel. Ik vind het maar niks, zei de ene, met bril, en zette het glas witte wijn waaruit ze net een slok had genomen op het tafeltje. Hoezo niet, vroeg de andere; ook blond maar zonder slag in het halflange haar. Nou, ik vind dat het best een beetje zin mag hebben wat je doet. In je leven, Britt. Het klonk naar overtuiging. En naar kort door de bocht. Kordaat. Hoezo heeft dat geen zin, gelnagels plakken? Als je dat nou leuk vindt? Gewoon een beroep waarmee je mensen gelukkig maakt. De vrouw met de bril ontplofte nog net niet. Gelukkig maakt? Weet je hoe je mensen gelukkig maakt? Als je hun billen wast als ze dat zelf niet meer kunnen. Of als je in het gemeenschapshuis tijdens de bingo voor de koffie zorgt. Of als je ze met een bus van A naar B rijdt als ze geen eigen vervoer hebben. Ik hoorde de hoofdletters. Britt ook. Nou, rustig maar, zei ze. Ik begrijp wat je bedoelt maar ik ben het gewoon niet mee eens. Als je het nou leuk vindt om mensen mooi te maken, gelnagels te plakken, nagels in hun favoriete kleur, wenkbrauwen te epileren en te tatoeëren, wat botox te spuiten, gewoon mensen er bij de bingo goed uit te laten zien, dan ben je toch goed bezig? Ze zweeg, het was even genoeg en ze pakte haar glas witte wijn, voor een ferme slok. Ik vroeg me inmiddels af hoe de ene met de bril heette. Die keek even weg van Britt. Goed bezig, misschien, maar heeft je leven dan zin, vroeg ze. Doe je er dan écht iets mee, ook voor anderen die iets missen? Wie mist er in godsnaam gelnagels, getatoeëerde wenkbrauwen, een duckface? Tess, overdrijf niet zo, zei Britt. Kom, wat gaan we eten? Zullen we de kaart vragen? Tess keek Britt aan en zei, Kok, dat vind ik ook nog wel een zinnig beroep, maar kom me nooit meer aan met een nagelstudio beginnen. Gekkie!
Bushokje
Op de zijkant van het bushokje stond Gemeente Sittard-Geleen en daaronder nog Born. We fietsten over de Stationsweg in Venray, dus dat hokje werkte vervreemdend. Ik zag het in een flits. Waar waren we nu weer beland? Wilden we dit wel? Als je even niet beter wist, wist je je vijfenzeventig kilometer zuidelijker. Ik vraag me dan af hoe dat glazen paneel in de zijkant van een Venrays hokje terecht kwam. Tegelijk denk ik: Hoe gaat het me verder brengen in het leven, dat ik dat weet. Het te willen weten kost alleen maar tijd en levert wie weet ook nog ergernis op. Het was al erg genoeg dat ik had gezien dat er een verkeerd zijpaneel in dat bushokje zit. En dan ook nog van de gemeente Sittard-Geleen, Born. Ik heb daar niets mee en wil het ook graag zo houden. Maastricht, dat had gemogen, dan kun je op mijn begrip rekenen. Enfin, zo kan ik nog wel even doorgaan. We kwamen langs het bushokje op de terugweg van vrienden. Ze wonen noodgedwongen tijdelijk in een vakantiehuis in Oostrum. Ze zijn – als slachtoffers- het levende bewijs dat aannemers altijd meer beloven dan ze waar kunnen maken. We hebben er ook ervaring mee; drie keer. Vee was er ook. We kennen elkaar al lang, Pee, Em, El, Vee en ik, het zal tegen de vijftig jaar lopen. We proberen in ons leven vooral allereerst in de dag te leven, dan vooruit te kijken en daarna pas terug. Dat is op onze leeftijd een uitdaging maar we houden van uitdagingen, denk ik. Om dat even te relativeren: accepteren dat een zijpaneel van een bushokje in Venray eigenlijk in de gemeente Sittard-Geleen, Born thuishoort, het doet pijn, maar ook die uitdaging gaan we aan. Adem in, adem uit.
Nadenken
Ik moest afrekenen en hield mijn betaalkaart bij het apparaat, op de plek waar dat moet en het beste werkt. Het is gemaakt voor snel en efficiënt, mits goed gebruikt. Toch, het apparaat nam de tijd. Hij moet nogal nadenken, zei ik. Ja, zei de vrouw die het had opgepakt en het mij had toestoken, dat is wel fijn van zo’n machientje, dat het nadenkt, dat kun je van mensen lang niet altijd zeggen. Ze had een punt, vond ik. Ze had ongetwijfeld veel ervaring met zowel het betaalapparaat als met mensen. Als je in zaken zit, met name in de sfeer van eten en drinken, kom je mensen in alle soorten en maten tegen. Ook mensen die het met nadenken niet zo nauw nemen. Omdat ze het slecht of helemaal niet kunnen, er even geen zin in hebben omdat ze even voor gemakzucht kiezen of sowieso op de automatische piloot leven en alles nemen zoals het komt. Want, alles komt ook weer goed. Nou moet ik zeggen, ik vind nadenken ook niet echt gemakkelijk. Dat komt vooral doordat elke stap in het nadenken vaak weer nieuwe vragen oproept. En die kunnen je gemakkelijk van de wijs brengen waardoor je voordat je het weet ernstig van het te bewandelen pad raakt, dat wil zeggen: uit het oog verliest waar je naar op weg was. En dat kan de beantwoording in één woord van één vraag maar ook een hele set van antwoorden op één vraag zijn – een lijstje, bijvoorbeeld, van zaken waar je op moet letten bij de aankoop van een boiler op zonne-energie, ik noem maar wat. Nou, waar was ik naar op weg? Even terug. Ik zei wel dat dat machientje de tijd nam om na te denken maar was het wel nadenken? Als dat machientje bezig is, roept elke vraag een antwoord op en vervolgens nieuwe vragen maar de neiging van de weg naar het doel af te wijken, die is er niet. Mijn ervaring met nadenken is dat het rommelig is, dat je gaande het proces op zijpaden raakt, dat er gaten vallen in de voortgang, dat je afhankelijk bent van invallen op het juiste moment en dat dat er plotseling is terwijl je niet bezig bent met nadenken. Mijn conclusie: Zo’n machientje denkt niet na, de werking ervan is met behulp van als/dan gestroomlijnde, gestyleerde uit het menselijk brein afkomstige rommeligheid.
Vroeg
Het kwam voor dat we tijdens die dagen heel laat op weg waren naar bed. Of heel vroeg, net hoe je het bekijkt. We fietsten ieder naar de huizen waar onze kamer was en waren toe aan slapen. Als de kroeg om een uur sloot hadden we niet altijd zin om naar bed te gaan en dan was er de soos nog, bijna altijd open. Dat was in Nijmegen waar vandaag de Vierdaagse is begonnen. Dat was in de zestiger jaren van de vorige eeuw ook al een groot evenement. Nog niet aangekleed met de meer dan uitbundige Vierdaagse feesten van vandaag, wel al een hoogtepunt in het leven van de heel veel Nijmegenaren. ‘s Avonds in de kroegen was het zeker ook toen al bal. Er was veel ander volk over de vloer dus er viel van alles te verkennen. Waar ik me in die tijd niet van bewust was, was dat als ik rond vier uur naar huis fietste de eerste wandelaars zich al voor vertrek op de Wedren meldden. Dat die overal en nergens hadden geslapen, ook op de kamers van studenten die in juli naar de pap en de mam waren. Of naar het vriendje of vriendinnetje thuis. Nu vraag ik me af hoe dat kon, nooit op de Wedren zijn geweest om naar die vroege vogels te kijken. De Vierdaagse ging immers bepaald niet ongemerkt voorbij en normaal gesproken fietste of liep ik er wekelijks wel een paar keer overheen. Wat ik tijdens die vier dagen wel deed: eerst naar college of wat studeren en dan rond het middaguur ergens langs het parcours van de dag ergens in een berm neerstrijken en dan kijken naar de bonte variëteit aan wandelaars. In alle stadia van vermoeid raken, van nog topfit tot bijna uitgeblust. Dan wat eten, nog wat studeren en dan voor een plisje naar de GETOBAR. Om het daarna weer te laat te maken?
Wieteke van Dort overleden.
Kraaien
de rust van twee, drie kraaien op een nat en kleiig veld
stoppels pollen gras een molshoop plassen water
de kraaien zetten poot voor poot en grazen zich pik hier pik daar
als aan de grond gebonden mestvee van ja van wat naar wat eigenlijk
een kil en winters maar ook voldoende kostje bij elkaar
en vliegen met één achteloze wiek hop op een plotse windvlaag op
Ik schreef de eerste versie van dit gedicht op 24 januari 2016. Dat was op een zondag. In die tijd wandelde ik vaak van Meerssen naar Maastricht. Langs talloos vele wegen. Ik zag deze kraaien op een veld langs de Oude Steeg, net voorbij het viaduct over het spoor, richting buurtschap Weert. Ik publiceerde het eerder op deze site op 23 september 2023.
Spullen
Nou, sterkte dan maar. De forse vrouw met het opgestoken haar en het geschrokken gezicht stond met een telefoon aan haar oor. Met aan de andere kant iemand die klaarblijkelijk wel wat sterkte kon gebruiken. Het Nou, sterkte dan maar klonk ook nog als voor iets ernstigs. Het leek me een wat vreemde situatie, een vervelend telefoontje krijgen terwijl je voor je plezier over een kunstmarkt loopt. Ik voelde heel even de neiging om te vragen of het een beetje ging, of de forse vrouw ook een welgemeend Nou, sterkte dan maar kon gebruiken. Maar ik liep verder. Het was lekker weer, zon, windje, twintig graden. En het was druk op de markt. Veel geslenter, veel kijken, weinig kopen. Een hond die blafte naar elke andere hond. En er waren véél honden. Zo nu en dan trok een windvlaag als een zweep door de kramen. En dan viel er weer wat op de grond. Paniek. En tegenwoordig is het onontkoombaar, dat je vooral grijze koppen ziet, elk jaar meer. En rollators, rolstoelen en scootmobielen. Er is daardoor voor iedereen steeds minder ruimte. Kunstmarkten, ik weet niet goed wat ik ermee moet. Het zal wel aan mij liggen, ik zie er zelden iets wat me pakt. Wat er staat is vooral goed bedoeld, komt meestal wel voort uit een creatieve geest, uit vaardige handen én is voor een zinvol leven op zoek naar een welwillend en niet al te kritisch mens. Bijna alles valt in de categorie spullen en de meeste mensen hebben er daar al heel veel van dus dat zoeken wordt maar mondjesmaat vinden. Kunstmarkten zijn er voor mensen die bereid zijn nóg maar weer eens een schaal, halsketting, schilderij (Kop Van Hert, Zeeuwse Knol In Landschap Met Bietenveld En Populieren Tegen Dreigende Luchten), keramisch werk (Vrouwentorso, Egyptische Schone, Vaas Met Kraag, Stier, Paard In Sprong), wandbord (Abstract Landschap, Zon, Maan Met Sterren, Bloemen) of Fraaie Steen In Zilveren Zetting aan de vergetelheid van de opslag in het atelier te laten ontkomen. De hobbykunstenaars mogen hen dankbaar zijn.
Feestje
We waren op een feestje. Onze oudste en zijn meisje vierden hun beider verjaardag. En ze zijn dit jaar vijftien jaar getrouwd. Ze zijn opgegroeid, volwassen geworden en het echte leven ingetrokken in de schoot van hun vriendengroepen. Wat een geluk. Echt, het is een feestje erbij te mogen zijn en het te zien. Maar daar ga ik het niet over hebben. Wel over een gesprek met ouders van een dochter met Prader-Willi plus nog wat ongemakken in de buitencategorie. Met ook nog een zoon met autisme. Tijdens en na zo’n gesprek verschuift even het beeld van de wereld van redelijk tof naar zwaar kut. Maar, die ouders zeggen dat het leven is zoals het is, dat tevredenheid met wat je hebt en doet een groot goed, zo niet het grootste goed is. Dat ze dat gevoel anderen ook toewensen. Veel meer wil ik er nu niet over zeggen. Ook omdat ik niet goed kan begrijpen hoe het is om een gezin met dat type ongemakken gaande te houden. In een samenleving die zegt sociaal te zijn maar in de praktijk van alledag steek na steek laat vallen. Omdat het vanzelfsprekende zorgen voor elkaar heeft moeten wijken voor vooral zorgen voor jezelf.
Water 2
De verhuiswagen was net vertrokken. Overal in huis stond nog van alles niet op zijn plaats. We zouden de komende dagen nog veel werk hebben. En niet alleen de komende dagen, weken en maanden waren waarschijnlijker. Maar dat was niet erg. We waren het zelf schuld. Het was half juni 2007 en we woonden eindelijk in Zuid-Limburg. Toch nog. Het was – cliché – een lang gekoesterde wens. Terwijl we in de keuken bezig waren dozen te legen en laden en kasten te vullen, barstte er een – cliché – daverend onweer los. Het was tot dan een prachtige dag geweest. Zon, zon en een zacht windje. Ideaal weer om te verhuizen. Voordat ze vertrokken hadden de verhuizers nog een koud pilsje gedronken, zittend op de muurtjes in de tuin. En nu, binnen tien minuten golfde het water door de straat die van Ulestraten afliep naar het centrum van het dorp, zeshonderd meter verderop. Het zou niet de laatste keer zijn. En elke keer verbaasden we ons weer over hoe snel het vaak ging. Er viel dan binnen tien, vijftien minuten zoveel water dat de weg voor het huis binnen de kortste keren een snel stromende beek was. Het kwam van west, noord en oost van de plateaus naar beneden. Door de weilanden, over de weg, van de akkers. Om 600 meter verder het laagste punt van Meerssen blank te zetten en in de loop van de uren en soms dagen daarna door de Geul afgevoerd te worden naar de Maas. Een keer kwam het water het huis in. Het duurde dik een half jaar voordat de laatste sporen waren weggewerkt. De muren droog en waterdicht waren, en geschilderd, er een nieuwe vloer lag en er nieuwe plinten waren gezet. Maar, er waren huizen in de straat waar het elke keer naar binnenkwam. Uit de Watervalderbeek, via de achtertuin, door de gang en de voordeur waarna het zich voegde bij de stroom die zich over de Humcoverstraat naar beneden stortte. Inmiddels hebben het Waterschap Limburg en de gemeente Meerssen in de omgeving allerlei voorzieningen getroffen. Denk aan opvangbekkens in de hellingen en ondergronds, en damwanden. Toch, er is bij buien als die van vandaag ook weer geen houden aan. En al helemaal niet als de bodem al papnat is en geen water meer opneemt. Dan kun je er op wachten, dat het misloopt. Dan spoelt wat valt onmiddellijk naar het laagste punt. Bewoners van het gebiedje waar wij veertien prachtige jaren woonden zeggen nu: Elke keer dat dit soort weer dreigt, liggen we nachten wakker. Wij begrijpen dat. En we denken aan ze.