Raar

Wat kan ik voor u betekenen, vroeg de serveerster op het terras aan het plein. We hadden daar al even over na kunnen denken want het terras zat bomvol. En het had dus even geduurd voor we haar waren opgevallen. Aan ons lege tafeltje, zonder glas, kop of bord. Eerder op de dag was ik al eens door het dorp gelopen en ik had gezien dat het behoorlijk druk was. Maar ook, terwijl ik toen door de Grote Straat liep viel me opeens op dat de zon alweer flink lager staat. Tegen de zon in kijkend wordt het weer lastiger te zien wie je tegemoet komt. In een dorp waar iedereen bijna ieder ander kent mis je dan tussen alle lui van buiten wel eens iemand die je graag gedag had gezegd. Bij een van de winkels stond een rek buiten. Er kwam veel volk op af want leuke koopjes voor 10 euro! Het was beslist overjarig spul maar voor 10 euro kun je het niet laten hangen, toch? Op het plein stond een ruime safaritent. Daaronder presenteerde zich in zijn volle breedte dementievriendelijk Venray. Van een afstandje keek ik toe. Het was weer perfect georganiseerd. Steeds weer verbaas ik me over hoe dit dorp het voor elkaar krijgt om weekend na weekend op het plein de fonteinen te laten zwijgen. Volgende week weer met een boekenmarkt. Maar goed, of ze nog iets voor ons kon betekenen, dus. Nou, nee, want we hadden net via de QR-code op het tafeltje en via internet onze wensen aan de bar kenbaar gemaakt. Ze knikte vriendelijk en was als jongmens met een heldere missie alweer vertrokken om elders te polsen wat ze kon betekenen. Ik dacht dat het een heel raar idee is dat je via een procedure waarmee je vanuit je luie stoel aankopen doet in Polen, China of de USA ook een glas wijn bestelt dat op nog geen tien meter afstand wordt ingeschonken door het meisje dat je net nog oog in oog vroeg of ze iets voor je kan betekenen.

Vrienden

Hebben jullie dat ook, dat Facebook jullie suggereert vrienden te worden met mensen die je (heel) goed kent, maar dat je dan: In Nog Geen Honderd Jaar denkt? Juist omdat je ze heel goed kent, dus. En weet dat het niet gaat klikken. Of al niet klikt. Terwijl er ook mensen zijn die je van haver tot gort kent en waarmee je juist daarom vrienden wilt worden en dat dan Facebook zegt dat je die niet persoonlijk kent en dat je daarom met die mensen geen vrienden kunt worden. Terwijl Facebook je ook vrienden voorstelt – en sommige zelfs tientallen malen – die je op geen enkele manier ook maar persoonlijk zou kúnnen kennen. Ja, ik geef toe, onder het kopje dat ik ze zóú kunnen kennen. In dat laatste geval lijkt Facebook te suggereren dat die mensen – althans op Facebook – dringend om vrienden verlegen zitten: zo eenzaam, zo zielig, doe er wat aan, wees een goed medemens, sluit ze in je hart, maak ze jouw vriend. Wat word ik moe van het idee dat Facebook van de relatie tussen mij en vrienden heeft. Wat ik hoop: dat mensen een beetje plezier hebben van mijn stukjes.

Melding

Er stond inmiddels een dag of vier, vijf een OV-fiets in het fietsenrek aan de overkant van de straat. Hij kon er goed al iets langer hebben gestaan. Nou weet ik niet hoe lang het gemiddeld duurt voordat je iets opvalt dat afwijkt van het beeld dat je doorgaans hebt als je uit je raam kijkt. Kan langer, kan korter duren. Maar, zo’n OV-fiets is een opvallend geval, in de kleuren van de NS. Daar kijk je niet snel overheen. En, van een OV-fiets verwacht je dat ie in zo’n rek wordt gezet door iemand die bij haar oma op bezoek gaat. Zo’n bezoekje is meestal met anderhalf uur wel weer voorbij, dus dan is die fiets ook weer weg, zou je denken. Ik vond dat dit bezoekje aan oma met vier dagen al behoorlijk uit de hand gelopen was. Niet dat mijn mening ertoe doet, je moet net zo lang bij je oma op bezoek gaan als je wilt, maar zo’n OV-fiets huren, dat kost je met vier, vijf dagen toch al gauw tussen de twintig en vijfentwintig euro’s. Om kort te gaan: ik vond het raar, die fiets daar en dan ook nog zo lang. Ik begon me zorgen te maken. Wellicht was hier sprake van een verdwijning, al dan niet vrijwillig. Zo’n fiets kun je toch alleen maar afmelden op een plek waar dat geregistreerd kan worden? Dat was niet hier voor de deur. Dus van iemand hield hier, bij ons voor de deur, het spoor op? Je weet het niet, toch? Je begrijpt wat ik bedoel? Dus besloot ik vanochtend de politie te bellen. Nou vond ik het nogal overdreven om meteen maar 112 te bellen. Ik was niet getuige van iets ernstigs waar onmiddellijk op diende te worden ingegrepen door een of meer hulpverleners. Er liep geen bloed uit, er brandde niets en er waren geen messen in beeld, evenmin zag ik ergens een scherpschutter op een dak of in de bosjes, dus ……… Maar misschien ging het wel om een mensenleven. En wist nog niemand dat en realiseerde niemand zich dat maar zat er wel ergens iemand zich af te vragen waarom Herma (gefingeerde naam!) maar niet – ook niet bij oma – te bereiken was. Internet leerde me dat ik de politie kon bereiken onder nummer 0900-8844. Aan de andere kant van de lijn ging de telefoon over. Er gutste een heel verhaal uit de telefoon en de vraag of ik na de piep maar even de naam van de plaats van het bureau dat ik wilde bereiken wilde inspreken. Daar was de piep en ik: Ve – BAM! Of ik maar even duidelijker wilde spreken want de chatbox had me niet kunnen verstaan. Weer een piep en nu kreeg ik wel de kans Venray volledig en helder gearticuleerd in te spreken. De telefoon: Wij verbinden u door met onze collega’s van eenheid Limburg-Noord. Het wachten kon een aanvang nemen. Geen gezellig muziekje, wel een eindeloos vragen om momenten geduld – al onze collega’s zijn in gesprek – totdat: een stem die dingen zei waaruit ik kon opmaken dat ik verbonden was met de politie van Limburg-Noord. Nou is het dilemma, ga ik jullie lastig vallen met een grove transcriptie van het gesprek dat volgde? Ik denk het niet. Ik kreeg het advies de NS, dan wel de gemeente te bellen. Ik rondde het gesprek af met: Dus ik begrijp het goed dat u geen reden ziet om iets te ondernemen? Die conclusie is helemaal juist, zei de politieman.

Alfabet

Dat heb jij ook vast weleens, dat je je iets zit af te vragen en dat er dan opeens iets door je hoofd schiet en dat je dan denkt: Hoezo dan? Mij overkomt dat bijvoorbeeld nu, nu ik een stukje begin te schrijven. In mijn stukjes treedt soms El op maar nu wilde ik ook Em en Pee er een podium geven. Dus ik stond op het punt om te schrijven: We zaten weer eens samen aan tafel, doen we dat wel genoeg? ………… toen ik dacht: Hoe komt het toch dat je in het alfabet sommige letters – en dan bedoel ik met name de medeklinkers – noemt door er een klinker voor te zetten (ef, el, em, en, er, es, iks) en andere (de rest) door er een klinker (en soms nog iets meer: zet) achter te zetten? Misschien zou ik omdat ik taalkundige ben beroepshalve een antwoord op die vraag moeten hebben, maar ik heb het niet. Ook nooit bij stilgestaan, ook nooit over nagedacht, ook nooit bij toeval iets over gelezen. Dus als je niks te doen hebt, zoek het maar eens uit. Ga ik ondertussen iets leuks doen.

Limerick 7

In Oostrum daar zie je de treinen

steeds weer in de verte verdwijnen.

Maar, geen zorgen hoor

want er ligt een spoor

waarover ze ook weer verschijnen.

Licht

We hadden vruchtbaar vergaderd. Dat kan, met vijf mens, man/vrouw. Zijn het er meer dan wordt het al snel lastiger. Maar deze vijf, dat zijn behalve goede praters ook excellente luisteraars. We namen afscheid onder het toeziend oog, hoog in de toren van de Grote Kerk. En onder het licht van de volle maan. Het verlichte oog sloeg negen uur. Een mooie tijd om naar huis te lopen. Het was er ook het weer naar – aangename temperatuur, zacht windje – voor een traag tempo te kiezen. Op het punt waar het langs mijn route naar huis minder licht werd en ik het centrum uit zou lopen besloot ik af te slaan en de weg door het centrum te lopen, naar het plein. In de restaurants met meer Nederlandse culinaire wortels was het licht gedempt. Vanuit een bepaald cultureel perspectief is dat oergezellig. In de op Italiaanse culinaire leest geschoeide restaurants kraaide uitbundig helwit ledlicht victorie. Vanuit een ander cultureel pespectief ook gezellig. Wel denk ik dan: Daarmee vergeleken is het schilderij Nighthawks van Edward Hopper een vrolijk feestje. Op het plein klaterden de fonteinen kleurig licht. Dertig, veertig jaar geleden liep of fietste ik vaak ook rond negen uur of later door deze straten, over dat plein, vaak na vergaderingen met veel te veel mensen die niet altijd of gewoon slecht naar elkaar luisterden. Toen was het er een dode boel, een uitgestorven dorp, geen mens meer op straat. Nou ja, ik dan.

Mug

Gisteren zat ie bij jou en nu de hele tijd bij mij. Wie, vroeg ik. Nou, de mug zei El. De mug. De. We verkeerden namelijk in de veronderstelling dat het beestje dat gisterenavond mij steeds om de kop zoemde en dat ik maar niet te pakken kreeg het enige is dat met ons de woonkamer deelt. Ik zag het net onder het boek, boven het boek dat El leest, op haar buik, haar knie, rond haar hoofd ……. Ik heb hem, zei ze opeens terwijl ze een klap gaf op haar dij. Ze liet me zien waar het zwarte lijkje lag of meer nog: verkleefd zat op haar broek. Die heeft nog niks gehad vandaag, zei ze. En de was is er goed voor, voor dat vlekje. Ik voelde ondertussen op mijn pols een onweerstaanbare jeuk opkomen. Krabben, dus. Er is er dus minstens nóg een, dacht ik. Meer nog dan de jeuk van een steek en een bult haat ik trouwens het gezoem van muggen die op bloed uit zijn. Ik mag dan wel minder goed horen, het is nagemeten dus echt waar, maar muggen, die hoor ik nog altijd. Denk ik. Ook op mijn enkel voelde ik nu jeuk. Het is raar, of misschien ook niet, maar sinds we hier in het centrum van Venray, in de stenen wereld wonen hebben we voortduren met muggen van doen. In Meerssen, waar we in een groene wereld woonden hebben we ooit één keer een mug in de slaapkamer gehad. Terwijl we toch altijd met open raam en zonder hor, sliepen. Het zullen de vogels zijn geweest, de zwaluwen en de mussen en de mezen vooral, die er korte metten mee maakten. Hier zijn ook wel vogels maar die eten vooral broodkruimels, friet en zo, en die hoeven dus niet achter de insecten aan. Die leven rond de terrassen en snackbars. Maar goed, ik had dus jeuk, ik heb nog jeuk en nu denk ik dat jij ook jeuk hebt en dat ik vanavond nog moet proberen die mug te grazen te nemen. En weet je, terwijl ik dat schrijf zie ik hem hier een beetje cirkelen boven mijn buik. Mijn klap was raak. Mijn shirt moet in de was. Wat ik me trouwens afvraag: Heb jij weleens een mug zien lopen? Ik niet.

Marseillaise

Het was september 1963. School was weer begonnen. Ik moest er als elk jaar weer flink van zuchten. Daar gingen we weer. Niet meer lekker door Zuid-Limburg fietsen, voetballen op het veldje in de wijk: voorbij, klaar met het eindeloos lezen van Maigrets, Saints en Havanks. De zomervakantie duurde toen nog een week of zeven en de eerste week was een beetje aanmodderen met boeken halen, een schoolmis bijwonen en nog wat gerommel in de marge van waar het echt om ging: de lessen en daar wat van opsteken. Tijdens een van de eerste uren geschiedenis maakte meneer Hendriks duidelijk dat nu het echte werk ging beginnen. Voor hem waren we geen leerlingen meer maar studenten. Ik was op dat momen net zestien en schrok nogal van dat idee. Maar daar had meneer Hendriks duidelijk geen boodschap aan, als hij dat al wist. We zaten per slot van rekening in de vijfde en dan ging je al bijna naar de universiteit, dus of we maar even zelf verantwoordelijkheid wilden nemen. Waarvoor? Nou, dat zou hij even haarfijn uitleggen. Jongens, zei hij – het kan ook heren zijn geweest, dat ben ik kwijt – jullie hebben geen geschiedenisboek, dat vinden jullie wellicht vreemd, maar troost je, dat gaan jullie zelf schrijven. Ik vertel tijdens de les en wat ik zoal vertel, dat schrijven jullie netjes en volledig op en wat je opschrijft, dat is de basis voor wat je voor de proefwerken moet leren. En meer dan dat: moet kennen. Dat vraagt van jullie dat jullie goed opletten en bij de les blijven. Voor onachtzaamheid is er dus geen tijd noch gelegenheid. Ik vroeg me af hoe dat ooit goed moest komen. Kon ik wel zo snel schrijven? Zou ik wel begrijpen wat er allemaal aan belangwekkende kennis uit de mond van meneer Hendriks zou komen? En zei meneer Hendriks: We beginnen de eerstvolgende les met de Franse Revolutie. Proefwerk tijdens de laatste les voor de herfstvakantie. Ik begon me ernstig zorgen te maken. Een week of zes lang schreven we onze vingers in kramp, de ene bladzijde van een in september nog maagdelijk schrift na de andere helemaal mudvol. Én, meneer Hendriks leerde ons de Marseillaise, het Franse volkslied. Ik vond het maar raar, een geschiedenisleraar die ons liet zingen, maar het had ook iets vanzelfsprekend. De Marseillaise, dat ís de Franse revolutie. Het volk is boos, het volk mort, het volk trekt op. Marchons, marchons! Ik moest aan deze excercitie onder leiding van meneer Hendriks denken toen we van de week in Dijon de herdenking van tachtig jaar bevrijding van de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog bijwoonden. Waar we een monumentale versie van het eind achttiende-eeuwse strijdlied uitgeserveerd kregen door zangers van de opera van Dijon. Eenenzestig jaar geleden. Dat proefwerk, daarmee is het trouwens goedgekomen.

Voornemens

Bijna twee weken geleden schreef ik over het behoud van basisschool De Driehoek voor Griendtsveen. Dat leverde onder andere – via email – de reactie op van een oude vriend. Oud als in op leeftijd én in als al sinds mijn vroege jeugd, begin lagere school. In de loop van ons leven zijn we van vrienden die intensief contact hadden meer schepen die elkaar in de mist ontmoeten geworden. Zo nu en dan is er weer even intensief contact maar al vlug weer drijven we van elkaar weg totdat er weer een aanleiding is om langszij te komen. Nu was dat de documentaire over De Driehoek. Ik maakte uit zijn reactie op mijn stukje vooral op dat hij de charme en intimiteit die zo’n kleine school eigen is herkende en dat het verhaal van Griendtsveen hem ontroerde. Hij had er al een tijdje geleden veertig jaar plus een beetje als leraar aan basisschool en speciaal onderwijs opzitten maar had in die veertig jaar het onderwijs uit zijn beginjaren langzaam teloor zien gaan. Hoewel ik het slechts twintig jaar in het middelbaar onderwijs volhield, dat herkende ik wel. We wisselden nog wat mailtjes uit, onder andere over vakanties in de tweede helft van de zestiger jaren, met vrolijke vrienden en verloren verliefdheden, leuke meiden op de camping. Hij schreef dat hij zich voorgenomen had om ook de draad van zijn blog weer op te pakken, een draad die hij ergens in 2015 had losgelaten. Hij gaf me een link. Een paar dagen geleden dacht ik: Even kijken daar. En toen kwam ik onder andere uit bij een blog van 24 november 2011. Hij krijgt vervroegd pensioen aangeboden. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd, schrijft hij. Vervolgens schrijft hij over wat hij allemaal in zijn vrije tijd gaat doen. Het is een hele riedel, variërend van kamer opruimen tot treinen laten rijden, van pianospelen tot fotograferen, van met terugwerkende kracht lezen tot de hond uitlaten, van het huis opknappen tot boodschappen doen. En nu zijn we dan een jaar of dertien verder. We hebben elkaar in die tijd nog wel een paar keer gesproken maar nooit met een agenda. Waarschijnlijk ontmoeten we elkaar binnenkort weer. Ik wil dan weleens weten wat er van de plannen van toen terecht is gekomen. En ik zal eens bij mijzelf nagaan wat ik allemaal van plan was toen ik ophield met werken. En wat ik daarvan heb uitgevoerd.

Vrijheid

Gisteren de viering van de bevrijding van Dijon. De Duitse bezetters waren op 11 september 1944 de stad uitgejaagd en de inwoners van Dijon waren weer vrij. Vrij. Hoe je het ook draait of keert, vrijheid is een relatief begrip. In de tijd, in de context, hoe dan ook. Ik heb weinig kennis van wat filosofen, ethici, theologen, psychologen, sociologen en andere deskundigen aan verstandigs over vrijheid gezegd hebben, maar het besef dat vrijheid relatief is neemt niemand mij na 77 jaar meer af. Vrijheid is een begrip met een definitie én een gevoel, onderhevig aan you name it. En dat vecht met elkaar. Ik realiseer me dat wij, in Nederland heel blij mogen zijn met de vrijheid die wij hebben en doorgaans voelen. Omdat we zo’n beetje tegen het maximum aanzitten. Wat wij onszelf vrijwillig keuzes makend via wet- en regelgeving aan beperkingen opleggen is een heel klein vlekje in vergelijking met wat de Russische burger ondergaat als gevolg van een repressief systeem waarin enkel telt wat de grote leider wil. Het is maar een voorbeeld. Vrijheid is in de praktijk van alledag een begrip dat slordig en rommelig vorm krijgt en waar we over het algemeen maar slecht mee om kunnen gaan. Afgelopen dinsdag gingen in de USA Harris en Trump in alle vrijheid met elkaar in debat. Wat ik er uit de media van meekreeg: het was een bizarre vertoning waarin Trump in alle vrijheid de meest baarlijke nonsens kon verkopen en Harris in alle vrijheid vooral in de weer was met muizenvallen zetten waar Trump dan met al zijn genialiteit én open ogen in mocht stappen. Is vrijheid daarvoor bedoeld? Is dat wat je in vrijheid wilt kunnen? Op dat niveau? In Virginia mogen ouders jonge kinderen executeren omdat ze ze toch maar liever niet hebben. Hoezo dan? En illegale immigranten eten katten en honden van eerzame, niets vermoedende burgers, met name in Springfield. Hoe zot kun je het maken? Maar goed, immigranten zijn hét onderwerp. Waar niet? Overigens opvallend, wat in debatten in de USA nooit aan bod komt, althans niet dat ik weet, is dat zo goed als alle Amerikanen immigranten zijn. Het zijn bijna allemaal mensen die ooit het geluk meenden elders te moeten zoeken omdat het hen in hun thuisland niet gegeven was of zou worden. En dat ze het nodig vonden in hun nieuwe land de oorspronkelijke bewoners en hun buffels uit te moorden, althans voor een groot deel, omdat die hen nogal in de weg liepen bij wat ze in al hun nooddruft aan idealen voor ogen hadden. De vrijheid waarin de Indianen leefden in wat later Gods Own Country ging heten was niets waard in de ogen van mensen die een ander leven zochten om uiteindelijk in vrijheid hun geluk vorm te geven. Dat ging nog wat verder dan huisdieren consumeren.