Nu nog veilig naar Parijs. Wat een dag, weer. Zelf ben ik ook wel eens een berg opgefietst. Met het klimmen van vandaag vergeleken was dat zwemmen in een pierenbadje. Allemachtig! Hier word ik héél stil van.
Goede gesprekken
Vandaag 8:33
B- foto – We zijn er klaar voor. Zitten bij het laatste meetpunt.
B – foto B en M2 op stoeltjes
M1 – Top mannen! Lekker vroeg en hoe laat komen ze??
M2 – Om 13:30 – Maar de karavaan
M2 – Om 12:00
L – Reactie op foto B en M2 op stoeltjes – Zijn dit “onze” stoeltjes?
M2 – Nee – Gekocht in de carraffoer – Of hoe je dat ook zegt
B – Carrefour bedoelt M2
L – Die van ons zullen dan wel bij de kringloop terechtgekomen zijn.
M2 – Geen idee
L – En spullen bij jullie om te picknicken?
B – Zekers – Tradition, croissants, pains au chocolat, pains au raisins, madeleines, etc…..
M1 – Lekkur!!!!!
L – Wow, dat wordt snoepen! En veel cola en water?
B – Oui oui!
L – Je Frans gaat goed!
M2 – foto
M2 – foto – Ik ben nu onder de rooie vot
M2 – filmpje
B – Nice, maar het is wel vod
L – Er komen inmiddels meer mensen?
B – Ja het wordt drukker
L – Weet je dat de vrachtwagen met de finishpaal gereden en opgezet wordt door Nederlanders?
M2 – Nee – foto
B – foto – Recht tegenover ons
L – Aan de andere kant van de weg?
B – Ja – Tom Dumoulin kwam net langs voor de verkenning van de NOS – Ik denk dat ik heel suf vol in beeld ben [emoticon je tranen lachen]
L – Daar wordt toch in geknipt, houden ze een minuut over.
B – Hij was aan het praten. En bij de top van de klim….
Vandaag 15:31
P – Staan jullie 3km voor de finishlijn?
B – 3e meetpunt. Top van de Côte de Domancy
L – Is dat bij de gele dranghekken?
P – Oké. – Naar jullie zin?
B – Heet!
L – Pet op? – Rechterkant van de weg?
B – Zonnebrand overal. Al 3 keer gesmeerd vandaag. Rechterkant van de weg vanuit de rijrichting 10 meter voor de tijdsaanduiding boven de weg.
M1 – foto – hartje – foto – hartje – foto – hartje – foto – hartje – Hier gaat het super!
L – Om zonnesteek te voorkomen je nek beschermen
B – foto B onder blauwe parasol – We hebben zelf een parasol
L – icoontje duim omhoog
L – antwoord op M1 – Schoenen gevonden en gekocht?
M1 – emoticon hard lachen – haha …… doffe ellende met die ‘kinder’ schoenen
L – antwoord op B 3e meetpunt – Is dat bij de gele dranghekken?
B – Nee, bij de tissot doeken, net na de leclerc doeken
L – filmpje – Filmpje van Dumoulin – filmpje – Van Aert – filmpje
P – En, plezier gehad?
L – Hebben jullie het leuk gehad?
P – Wat een dag!
M2 – foto – foto – foto – foto – foto – foto – foto – foto – foto – foto – foto – foto – foto – foto – foto – foto – foto
L – Kun je fotoalbum van deze dagen maken, M2!
M2 – Heb ik al maar alleen met papa – Ik heb jullie ook toegevoegd – Of ja uit genodigd
L – Ik bedoel een papieren album (ouderwets), maar dank voor de uitnodiging
P2 – geluidsfragment
M2 – ? naar aanleiding van geluidsfragment – foto – foto – foto – foto – emoticon water loopt uit de mond – emoticon smaakt lekker – Het was een van de lekkerste gerechten die ik ooit heb gehad
L – Ziet er heerlijk uit
M2 – foto – foto
L – Wat is dit?
B – Calzone fritti
L – Wat zit er in?
B – Bij M2 tomatensaus, mozzarella en gekookte ham. Bij mij tomatensaus, mozzarella en gerookte ham met daaroverheen straciatella en pistachenoten
L – Lekker?
B – Overheerlijk – We wanen ons in Italië
L – icoontje HaHa
Tranen
Wat een etappe, gisteren, in de Tour de France. Winnaar Wout Poels was er zelf ook diep van onder de indruk. Zijn overwinning had een jongensdroom doen uitkomen. Hij moest er een traantje om laten. Daarom en omdat tijdens de slotklim naar de finish ook het lot van ploeggenoot Gino Mäder hem nogal bezig had gehouden. Dat en nog wat andere zaken. Het was alweer een tijdje geleden dat hij zo’n mooie zege had geboekt. Dan moest hij toch wel terug naar Luik-Bastenaken-Luik, zeg maar 2016. Zo goed als altijd, en zeker in de grote rondes, had hij in dienst van nog grotere jongens gereden. Aan zichzelf kwam hij eigenlijk nooit toe. En dan nu: Hier droomt toch elke jongen van, een rit in de Ronde van Frankrijk winnen. Zei Wout. Een rit in de Tour op je palmares, dat is een monument. Jongensdroom was het woord dat me de rest van de avond bezighield. Ook omdat ik een paar dagen geleden Bram Vermeulen weer eens in een van mijn favoriete speellijsten voorbij had horen komen. Hij zong Het Jongenshart. Hij zong: Dat roept van grote daden/dat tiert van nu of nooit/het zingt, het klopt, het rilt, het trilt, het bonkt, het beeft, het raast/voor eeuwig alles wil het jongenshart. Niet precies in die volgorde maar wel met die essentie. Ik deed moeite de jongensdroom van Wout te matchen met Het jongenshart/dat kreunt van geile lust. Dat voelde wat lastig met de Wout in tranen voor ogen. En dan ook nog met die zinderende klim nog in de magere maar desondanks fiere kuiten. Geheel uitgepierd, derhalve. Beter ging het met Het jongenshart/Dat pompt van heldenmoed. En ook met De man kijkt in de spiegel/Ik zie een grote man/Van pijn en zijn gehard/Met lief en leed getart/Die vecht tegen zijn tranen/Want binnenin bonkt onverminderd hard/Het eeuwig jongenshart. Dat paste pas echt bij de Wout van dit moment. Jongensdroom, jongenshart, het is een en al gedrevenheid, passie, heroïek, heldendom, overwinning, zege en victorie. Ik vroeg me af of ik al ooit van een meisjesdroom had gehoord. Ik kon mij geen gelegenheid herinneren. Ook had ik nooit iemand het genderneutrale mensendroom horen gebruiken. Was het mogelijk geweest dat Wout vanuit een diep gevoeld antiseksisme had gezegd: Deze zege, het is een mensendroom die uitkomt? Nee toch? Gelukkig schoof in de Avondetappe Nienke Brinkman aan. Zij verraste met een daverende tijd in onder andere de marathon van Rotterdam in 2022. Daarmee verbrak ze het Nederlandse record voor vrouwen op die afstand. Later dat jaar werd ze derde bij de Europese kampioenschappen in München. Dat heet in het peloton een klasbak. Ze verbaasde omdat ze zomaar uit de lucht was komen vallen. Nu verraste ze mij door wat zij had gepresteerd een sprookje te noemen.
Slap
Ik ben niet de eerste die er wat over zegt en zal ook zeker de laatste niet zijn maar wat een slap gedoe in de Tweede Kamer, afgelopen maandag. Terwijl zo’n beetje heel Nederland én een groot deel van de Tweede Kamer vurig wenste dat Rutte het na de val van IV voor gezien ging houden, werd hij door collega-politici overladen met uitingen van respect en dankbaarheid voor zijn onverschrokken en niet aflatende betrokkenheid bij ons aller wel en wee gedurende al die lange dertien jaren. Terwijl in diezelfde jaren de weerzin tegen zijn visie- en geheugenloze weglachen, wegwuiven en strooien met vaak opportunistische excuses langzaam maar zeker buitenaardse proporties aannam. In mijn ogen was en is Rutte de manager die door de directie geplaatst wordt op een afdeling specialisten die verondersteld worden zelf niet te kunnen managen omdat ze specialisten zijn. En er moet wel gemanaged worden omdat anders de afdeling onvoldoende rendeert. Niet goed werk afleveren en kunnen blijven leveren maar een economisch gerechtvaardigde positie in het bedrijf realiseren is waar het primair om gaat. Rendement gaat boven inhoud. Maar iets gaan doen omdat je denkt dat anderen dat niet kunnen, dat werkt op den duur niet. Zeker niet in het politieke domein waar – leert de geschiedenis – niet enkel economie en efficiëntie de koers mogen bepalen. Omdat het om een maatschappij gaat en niet enkel om een land. Daar is meer van belang; en ook nog van veel groter belang. Denk aan geluk, bestaanszekerheid, gezondheid, leefbaarheid, duurzaamheid. Naast – eventueel – rendement. Als je daar geen visie op hebt, of meent daar geen visie over te hoeven hebben, als je visie de olifant in de kamer noemt of een kwaal waarvoor je bij de oogarts moet zijn, dan ben je per definitie niet geschikt als burgervader of burgermoeder van de samenleving in het land. Dan vergeet je als het er op aankomt dat je werkt voor mensen. Er is steeds één incident dat wordt genoemd waarbij Rutte als premier liet zien toch ook nog een hart te hebben en dat was het neerhalen van vlucht MH17. Dat hij het ook nog in zich had als de getapte gozer en allemansvriend te acteren, maakte hem voor velen sympathiek, maar heeft heel veel mensen niets gebracht. Wat mij betreft was het afgelopen maandag in de Tweede Kamer over dit soort zaken gegaan. De Tweede Kamer heeft een kans op een eerste parlementaire evaluatie van de episode Rutte laten liggen.
Spannend
Spannend, hè? Ik bedoel de Tour de France. Vanmiddag ging ik zitten om een nieuw stukje te schrijven, ja, en toen ….. We dachten opeens: Oh jee, we zitten de koers te missen. En misschien zien we B. en M. wel langs het parcours staan. Gaan we dat missen? Die staan daar ook namens ons, toch? Bloed van ons bloed. En toen ging de televee aan. De jongens van Jumbo-Visma bleken weer eens bezig met het opbranden, oproken, uitknijpen, leegpeuren van de jongens van UAE. Sorry dat ik het zeg, maar ik denk dus al deze hele Tour de France dat TJV bezig is de voorwaarden te creëren waaronder Pogacar zijn explosieve talenten optimaal kan etaleren én – wellicht erger – kan aanwenden voor imponerende demarages die leiden tot winsten van secondes. Of het verlies van één seconde. Begreep ik uit het finishverslag. Zoiets als beleggers die aan het begin van de dag op de beurs een ton inleggen om aan het eind af te sluiten met een cent winst. Of verlies. En natuurlijk, elke vergelijking gaat mank, je moet elke situatie op de eigen merites beoordelen. Beleggen is geen onderling wedstrijdje. Er is geen Eredivisie Beleggen. Was die er wel dan kan een zo goed als waardeloze cent het verschil tussen winst of verlies betekenen. Hoe dan ook, de Tour de France is tot nu toe heel spannend. Juist omdat het om in principe waardeloze secondes gaat. Omdat één seconde verschil hier het verschil tussen leven in eeuwige roem en leven in eeuwige tristesse kan zijn. Maar het blijft een waardeloze seconde. Want hoe belangrijk is nou eigenlijk één seconde in een mensenleven als je secondes bij bakken laat weglopen terwijl je op de bank naar de televee zit te kijken en eigenlijk een stukje zou moeten schrijven? Onderaan de streep vind ik een stukje schrijven belangrijker. De waarde van tijd is relatief.
Onrust
Eerder gepubliceerd op de website van Meer Vandaag, lokale omroep Meerssen, in de rubriek Min of Meer.
Het was afgelopen weekend gezellig maar ook wat je noemt onrustig. We hadden kleinkinderen over de vloer. Ze zijn nog klein. Ze jatten, snaaien, stelen, roven voortdurend je aandacht terwijl je de krant leest, een klusje doet, kookt of even wegsuft boven een boek. Een van de twee houdt geen moment zijn mond. Het kind praat, zingt of maakt motorgeluiden. Het andere zit in een IK-ben-om-van-ALLES-EN-NOG-WAT-en-vooral-om-HELEMAAL-NIKS-heel-snel-BOOS-fase. Beiden zijn zeer welbespraakt en accepteren een gemeend en hartgrondig Weet ik niet onder geen enkele voorwaarde. Voor een Zoek het maar op internet op zijn ze helaas nog niet voldoende geëquipeerd. Omdat La Corona ons leven regeert, kunnen we nauwelijks ergens met het tierige spul naartoe. Ja, naar het bos maar ook daar organiseren ze een spoor van onrust. Zelfs de denkbeeldige wolven en beren trekken het nauwelijks met die twee. Onderaan de streep blijven we na een paar dagen nogal uitgewoond maar ook innig tevreden achter. Want wat vinden we ze lief.
En we begrijpen dat die kinderen onrustig zijn. Denk alleen al aan schoen zetten. Zit er wat in? Met die gedachte gaan slapen, in slaap blijven en weer wakker worden. Herken je het? Die kinderen krijgen in deze tijd van het jaar nauwelijks een eerlijke kans om zichzelf te zijn. En dan is er ook nog dagelijks dat Sinterklaasjournaal dat bol staat van de misverstanden. Het is er een en al onhandigheid. En stress. Sinterklaas even ongemerkt naar toilet, paniek, tekeningen vergeten of kwijt, paniek, pakjes zoek of kwijt, paniek, pakpapier verdwenen, paniek, een boef zoeken, vinden en weer kwijt raken, paniek, de schoenen van Sinterklaas meenemen – en kwijt maken – terwijl de man onder de douche staat. Dat kenden wij vroeger niet. Een douche niet en dat Sinterklaas daar onder zou staan al helemaal niet. Dat kwam écht bij helemaal niemand op. Zelfs niet bij Annie M.G. Schmidt en die had toch best een reputatie als het om rare bedenksels ging.
Zelf konden we op het weeklijstje van onrust natuurlijk naast de nog steeds doorrazende Trump, die van geen wijken lijkt te weten, Thierry bijschrijven. Ook een soort Sinterklaas met knechten die onhandig opereren maar dan wel een die nogal worstelt met zijn geloofwaardigheid. Stapte van zijn troon en er weer op of toch niet, of toch wel? Terwijl met donderend geraas zijn tempel van de democratie instortte. Gelukkig maar, Joost Eerdmans bood zich aan om de boedel te redden. Bij de zoveelste partij. Lachen. En Henk startte de Lijst Henk Krol. Hij doet zichzelf dit keer in de aanbieding als vooruitstrevend conservatief. En dan was er nog Diego die dood ging. De laatste adem van de voetballer kwam en ging toch nog vrij plotseling en Argentinië was in een mum totaal van slag. En met dat land ook nog eens alle liefhebbers van voetbal over de hele wereld. Ach Pluisje toch.
Gelukkig is deze week mijn zangles weer begonnen. Helpt tegen het hyperventileren.
Min of Meer – 2 december 2020 – week 49
Opruimen
Eerder gepubliceerd op de website van Meer Vandaag, lokale omroep Meerssen, in de rubriek Min of Meer.
Opeens zag ik het, toen ik met de auto achteruit de oprit afreed. Het was een stuk lichter. Vooral in de ooghoeken op links. Ik moest een paar keer goed kijken voor het echt tot me doordrong. De buren hadden een imposante spar naast hun huis omgelegd. Ik had er geen idee van wanneer dat gebeurd was. Er was van het gevaarte geen spoor meer te zien. Geen takje, geen naaldje, gewoon helemaal niets. Toen ik weer thuis was en nog eens goed keek zag ik de nog verse wond van de kort bij de grond afgezaagde stam. Het moest een bliksemoperatie zijn geweest. Ik nam mij voor de buren bij de eerste de beste gelegenheid te vragen hoelang ik al niet zag wat er niet meer was. Ik kon me overigens goed in hun besluit vinden. De takken van de boom hingen al jaren zwaar boven de weg. Als er een vrachtwagen voorbij kwam, werden de onderste een stukje meegezogen. Het houdt een keer op, ook met bomen.
Ooit maakten wij hier in huis de afspraak – Marie Kondo moest nog ontdekken hoezeer opruimen haar innerlijke zelf en dat van ons vreugdevol zou stemmen – dat als we iets het huis mee in namen, dat er dan ook iets uit zou gaan. Nou lukt dat over het algemeen best als het om voedsel en drank gaat. Dat gaat dan wel niet een op een maar wel zeer ongeveer. Voor de rest is er van die afspraak zo goed als niets terecht gekomen. We moeten het hebben van aanvallen van opruimwoede. De laatste is van een paar jaar geleden. We gingen blij, blij, blij, blij door een winter van een ongekend en diep bevredigend almaar voortwoekerend opruimen. We genoten intens van ritjes naar kringloopwinkels, Beatrixhaven, kinderen, vrienden, boekenverzamelaars en wat er nog meer aan bodemloze putten voor overbodig spul is. Maar het was niet genoeg. Er hangt nu weer zo’n ronde in de lucht.
Zo liep ik van de week op zolder weer tegen de stencilmachine aan. Ze – ik vind het een ze – is een echte overlever. Ik kocht haar ooit van een school waar ik een jaartje werkzaam was. Ze is nog van voor de Tweede Wereldoorlog, van toen het reproduceren van tekst nog een ambacht en hard werken was. Ze is een degelijke, loeizware, glanzend zwart metalen en met de hand aangedreven Pelikan. Ik kocht haar, inclusief inktpatronen en wat pakken papier, voor vijftig gulden. Ik vond haar zo ontzettend mooi. Maar ook speelde in mijn hoofd het romantische idee dat mocht de Derde Wereldoorlog uitbreken de ondergrondse in Nederland in elk geval over één stencilmachine zou beschikken. Aan mij zou het niet liggen: het vrije woord zou ook dan nog steeds verspreid kunnen worden. En nu denk ik: Wie haar wil mag haar hebben.
Min of Meer – 25 november 2020 – week 48
Wijzer
Eerder gepubliceerd op de website van Meer Vandaag, lokale omroep Meerssen, in de rubriek Min of Meer.
Er stond iemand in de deuropening, dus ik moest even wachten voordat ik de winkel in kon. De winkelier stond wat verderop, bij de kassa, spulletjes te verplaatsen. Ik zag dat hij me vanuit een ooghoek waarnam. De oude dame, kek hoedje, camelkleurige jas, boodschappenkarretje, deed een paar voorzichtige stappen opzij. Ik kon verder.
Nog voor ik goed en wel over de drempel was, zei hij: ‘Wat een kleuterklas!’
Hij rolde nog net niet met zijn ogen. Mogelijk bewaarde hij dat voor een volgend moment in de conversatie die nu kon beginnen. Hij en ik, we kennen elkaar al een tijdje. Hij kon ervan uitgaan dat ik wist wat hij bedoelde, met dat kleuterklas. ‘Zelden zo’n chaos gezien, hopeloos’, en hij zuchtte nog maar eens. Ik zag geen reden er tegenin te gaan. De oude dame luisterde geïnteresseerd mee.
Ik had zelf ook gezien hoe gemeenteraadsleden de avond tevoren weigerden met elkaar in discussie te gaan – ‘Ik praat niet met u’ – of op elk woord van de ander reageerden als door horzels gestoken of opgejaagd wild. Sprekers waren hun zin nog niet begonnen of er zat al weer iemand anders bovenop: ‘Mevrouw de voorzitter, ik hoor meneer V. ademen, misschien wil hij even uitleggen wat hij daarmee bedoelt en verder, hoe denkt hij zelf dat de provincie daarover denkt?’ En ook de onuitstaanbare tweeling geringschatting en zelfingenomenheid gingen weer eens woest rond op het schoolplein. Ik vroeg me af of de oude dame ook gekeken had. Ik schatte zo in van niet. Ze leek me wijzer. Op een gegeven moment heb je het al eens gezien.
Het ‘Een voor allen, allen voor één’ van D’Artagnan en zijn vrienden Aramis, Athos en Porthos, toch geen onbekenden in de regio, was aan de raad van de gemeente Meerssen weer eens niet besteed. Ook nu er de opgave ligt de provincie te laten zien dat de gemeente zeer haar best doet en best veel in huis heeft, zijn er raadsleden vooral druk in de weer met dat vreselijk lastig en liefst – lijkt het –onmogelijk te maken. Klagen over een gebrek aan bestuurskracht en zelf geen enkele moeite doen die te versterken. Het is een vreemd soort hang naar zelfvernietiging. Een soort van auto-immuunziekte.
De winkelier en ik waren het zeer met elkaar eens.
Het is zondagochtend, de zon schijnt, de temperatuur is aangenaam. De tuin ligt er mooi bij, de herfst mag uitdoven, de winter mag beginnen. Met buurman F. had ik het er donderdag aan het eind van de middag in de patio over – het was zacht weer, we dronken een wit wijntje – hoe we met onze gezinnen Kerstmis buiten gaan vieren, nu samen binnen zeer waarschijnlijk een probleem wordt. Toch maar iets met buitenkacheltje en vuurkorf? En glühwein en warme chocolademelk? Jingle Bells? Ik heb me lang verzet tegen al dat veel te oergezellige gedoe. Terwijl het elders in de wereld spookt. Maar je wordt wat ouder en dan mag dat wel. Denk ik. Vind ik.
Min of Meer – 18 november 2020 – week 47
Fietsen
Matthieu van der Poel moest een traantje laten. Hij kreeg een roze fiets, een Mercier, waarop zijn opa PouPou nog had gereden. Gelukkig had hij een zonnebril op. Zo’n monsterlijk geval waarmee wielrenners graag rondrijden. Die windschermen doen overigens goed werk. Ze houden vliegjes uit je ogen. En stof en kleine steentjes. Als je dacht dat verzurende beenspieren het enige ongemak voor hardfietsers zijn, nee dus. Fietsen om te winnen is in bijna alle opzichten de sport met het grootste afbreukrisico. Zowel lichamelijk als mentaal. Misschien is het daarom wel zo populair. We zien medemensen graag piepen en kraken, als ze er vrijwillig voor gekozen hebben, tenminste. En medisch goed worden begeleid. Fietsen is heroïek. Fietsen is ook romantiek. Je kunt er heel erg goed gevoelens van bewondering, dweepzucht, aanbidding, idolatrie aan kwijt. Zelf zat ik eens in de huiskamer van een goede vriend in het gezelschap van Hennie Kuiper en Adrie van der Poel. Ze waren net gearriveerd voor de Nacht van Zeilberg. Het was ergens in de eerste helft van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Van der Poel was een aanstormend talent en Hennie Kuiper, een jaar of tien ouder, hield hem vaderlijk onder de vleugels. In 1986 zou Van der Poel Parijs-Roubaix winnen. Bijvoorbeeld, want hij won nog wel meer. Hennie Kuiper, tien jaar ouder, was hem in 1983 voorgegaan. Goed, we zaten daar in die huiskamer en ik had geen idee waar ik het met die jongens over zou moeten hebben. Kon je bijvoorbeeld vragen hoe zwaar hun fiets was? Of welke bladen ze voor en achter gestoken hadden? Of ze er zin in hadden, in de Nacht van Zeilberg? Of Hennie Adrie ging helpen te winnen of Adrie Hennie? Daar werd ik me voor het eerst en in een flits scherp bewust van de mogelijkheid dat je als liefhebber van het wielrennen wel eens een last zou kunnen zijn voor de helden. Dat wilde ik helemaal niet. Ook de twee helden wisten duidelijk niet hoe een interessante opening te maken in het loden zwijgen. Kom, zei Kuiper, laten we ons maar gaan verkleden. En ze vertrokken naar de achterbouw van het huis. Het was al met al een ontnuchterende ervaring. Later die avond zagen we de mannen hun rondjes draaien. Ik herinner me alleen nog dat Eric Heiden ook acte de présence gaf. Vooral heel erg achter in het peloton. En wie er gewonnen heeft, die editie, geen idee.
Jarig
De jongste was in de loop van de week jarig geweest en vandaag was het feestje. Voor zo’n jongste maakt het niets uit wanneer er vlaggetjes hangen en wanneer er gezongen wordt. De hoeveelheid cadeautjes ook niet, want hij kan toch nog niet tellen. Geen idee overigens of kinderen van twee een idee hebben van veel of weinig. Kortom, het joch had het naar zijn zin zoals hij het elke dag naar zijn zin heeft. Hij kan wel eens een slechte dag hebben maar over het geheel genomen neemt hij het leven zoals het komt. Wel houdt hij graag zelf de regie. Ons nee is minder waard dan het zijne, vindt hij. Dat levert dus wel eens discussie op. Maar, wonderlijk, hij lijkt toch wel al enig besef te hebben van wat redelijk is en wat niet meer. Naar ons begint hij in elk geval steeds beter te luisteren. Vandaag kreeg hij de ene graafmachine na de andere vrachtwagen na die ene betonmixer. Ik ben niet zo van vergelijken met vroeger maar geloof me, mijn blokkendoos was wel iets anders. Ondanks de tevredenheid die ik voelde als ik ermee speelde. Overigens, hij speelt daar ook nog steeds mee, terwijl ik zeker weet dat zijn cadeautjes een minder lang leven beschoren zijn. Hoe dan ook, het was een prima dagje met een verkoelende bui in de categorie code ecru plus, dus richting geel. En, nog even over die kleine. Toen wij hem op zijn verjaardag een cadeautje brachten en hij dat had uitgepakt, stond er nog een cadeau in een doos voor hem klaar. Die wilde hij ook geopend hebben. Nee, zei zijn moeder. Dat komt nog wel. Nee, zei zijn vader. Nee, zeiden wij. Dat wacht tot zondag, zei zijn vader. Oh, zei hij, en liep weg. Even later kwam hij terug met ons cadeau en wilde dat terugstoppen in de doos. We begrepen dat dat wisselgeld was voor het openen van de doos die nog niet open mocht. Hij begrijpt het principe Voor Wat Hoort Wat, dachten we. Wonderlijk, voor twee jaar, zeiden we tegen elkaar. En nu zitten we weer op ons balkon. Het koelt lekker af, inmiddels.