Rompertje

Maandag 26 januari 2009

Kijk, zegt het meisje bij de tramhalte tegen de oude dame die naast haar op het bankje in het hokje zit. Een rompertje.

Ze houdt het geval aan de schoudertjes op zodat de dame er goed naar kan kijken.

Wat een mooi rompertje, zegt ze, niet goed wetend wat het meisje van haar verwacht. Is het weer zo’n raar meisje zoals je ze tegenwoordig wel vaker ziet? In de tram en in de metro? Zo’n meisje dat met haar leven geen raad weet? En dit meisje heeft dan maar een rompertje gekocht? Voor wie is het, vraagt ze.

Voor mijn baby, zegt het meisje.

Zo, zegt de dame, jij hebt een kindje?

Een baby ja, zegt het meisje en legt het rompertje op haar schoot. Haar handen legt ze op het rompertje. Een meisje, heel klein en heel lief.

En waar is je kindje nu dan? Heb je haar niet meegenomen? Is ze thuis? Past jouw moeder op haar? De oude dame is nieuwsgierig.

Nee, zegt het meisje, en ze lacht. De poes past op haar.

Inderdaad, denkt de oude dame. Een raar meisje, dat is het. Ze zegt: Hoe kan de poes nou op jouw kindje passen?

Ja, zegt het meisje, dat kan mijn poes gewoon. Ik weet ook niet hoe ze het kan, ze kan het gewoon. Ik heb er in elk geval niets voor hoeven doen. Het is van de Hema, dit rompertje. Vindt u het leuk? Ze zwijgt.

Zeker vind ik het leuk. Heel leuk zelfs. Het zal je kindje vast heel goed staan. Denk ik. De kleur is leuk, dat halsje, dat vind ik ook leuk. En jij hebt vast een heel leuk kindje. Een prima combinatie dus, zegt ze. Kwam de tram maar, denkt ze.

Kijk, daar komt de tram, zegt het meisje. Nou, tot ziens misschien. Ik loop naar huis. Dat is gezonder en het duurt wat langer. Dus dan heeft de poes net iets meer tijd om het eten klaar te hebben voordat ik thuis kom. Dag mevrouw. Doe het voorzichtig aan, hè. Op uw leeftijd weet je maar nooit. Dan kan je van alles overkomen.

Als de oude dame in de tram zit, zwaait het meisje vriendelijk naar haar. Ze zwaait terug.