Priel

Vanochtend kennisgemaakt met Priel. Priel is een Nederlands woord. Internet leerde: Een zwin of een priel is een natuurlijke geul of kreek in buitendijkse gronden, onderhevig aan het getij. En: Het woord wordt ook gebruikt voor de lineaire depressies die parallel met de kustlijn lopen aan stranden met een zachte helling (dissipatieve stranden). Waarna ik het wenselijk vond op te zoeken wat dissipatief is. En daarover zegt het internet: Een dissipatief systeem of dissipatieve structuur is een open systeem dat met zijn omgeving energie en materie uitwisselt. Een dissipatief systeem is hierdoor niet in thermodynamisch evenwicht. Tja, en dan zoek je verder en vind je: Een thermodynamisch evenwicht is een toestand waarin een thermodynamisch systeem zowel een thermisch als een mechanisch evenwicht en een evenwichtsreactie bezit. Ik duizelde. En dan had ik nog niet kunnen vinden wat in verband met dissipatieve stranden lineaire depressies die parallel met de kustlijn lopen zijn. Iets met het weer, veronderstelde ik. Maar misschien was hier depressie wel bedoeld als iets met een reliëf, iets met diepte? Je mag van mij aannemen dat priel bij mij iets aanrichtte waar ik niet bepaald weg mee wist. Priel is op het eerste gezicht en buiten een heldere context een woord als krel of zakoef of agipafels, zo’n woord dat niet bestaat en dat als het zou bestaan met geen mogelijkheid te duiden valt, ook niet in een heldere context. Zo’n woord dat je gaat opzoeken op het internet en dat je daar dan met al je goede bedoelingen het bos wordt ingestuurd om daar helemaal zakoef weer uit te komen, krel van alles wat je daar zag en hevig teleurgesteld in de uitkomst van je agipafelsen (ja, dat heeft ook een meervoud!).