Het is de tijd van het jaar dat de zon nog een laagvlieger is, dat hij weliswaar al verblijdt maar ook nog verblindt. We reden naar Maastricht, naar het zuiden en dus kwam de zonnebril van pas. Er spoelde een licht gevoel van vakantie door de auto en het hoofd. In Maastricht parkeerden we bij Sint-Pieter-beneden, een kerk die is getekend door Frits Peutz (beroemd) en Willem Sprenger (iets minder beroemd) en in 1938/1939 opgetrokken uit mergelsteen. Er is ook nog een Sint-Pieter-boven – of Sint-Pieter-op-de-Berg – maar die is neogotisch en gebouwd in 1875. Het was rond het middaguur en we gingen naar een feestje, een feestje in de familie en dan weten we dat een minder gevulde maag net zo van pas komt als een zonnebril in de late winter tijdens een autorit naar het zuiden, met de zon vol in het gezicht. We hadden trek en verheugden ons op de lunch die op ons wachtte. En op het weerzien met al die lieve mensen die ook zo van goed eten en een prettig wijntje houden. En voor wie gespreksstof zich gaande het eten en drinken per strekkende meter laat afrollen. Ze komen uit een traditie van voedsel van rond het huis en in de loop van de tijd is van rond het huis steeds betrekkelijker geworden en staat dat voor ambachtelijk en met liefde gefokt, geteeld en bereid. Ook rond de huizen van mensen in Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje. Ik zal niet zeggen dat dat typisch is voor Zuid-Limburg maar ik zeg dat wel met enige aarzeling niet. De poes des huizes had zich ondertussen neer te leggen bij een streng regime van blijf-weg-bij-de-tafel-en-jij-krijgt-niks. Ze was het er niet mee eens maar wist zich in ruil voor zachtjes aaien onverwacht goed te gedragen. We spraken af elkaar binnenkort weer te zien en dan ook weer met trek in goed eten en drinken.