Balletje

Gaan we binnenkort weer eens golfen? Het was een appje van kleinzoon M. Ik was een jaar geleden eens met hem naar de club geweest en dat was hem bevallen. Beetje inslaan en wat oefenholes lopen. Ijsje toe. Ik wist toen dat hij wat lessen had gehad en dat zijn vader vaak op de baan te vinden was. Niet dat M. dan ook al baanpermissie heeft. Vandaag zijn we op de baan om een balletje in de eerste negen holes te leggen. Het is warm. Hebben jullie genoeg water bij je, vraagt de caddymaster van dienst. Dat hebben we, denken we. Het is tien voor elf. Als jullie nu meteen gaan lopen, gaan jullie een groep van dertig voor, zegt ze ook. Maar M. heeft al een jaar geen bal geslagen, dus …. Eerst inslaan, dan een rondje oefendriehoek. Het is erg warm. M. heeft er zin in. Als we anderhalf uur later de baan in kunnen, is de eerste klap écht geen daalder. Het deert niet. Hole voor hole wisselen misperen en mooie slagen elkaar af. Hij heeft een hardnekkige afwijking naar rechts en krijgt die niet gecorrigeerd. Het deert hem niet. Het is heel erg warm. Elke slag is wat M. betreft een nieuwe kans op succes. Wel sluipt gaandeweg de negen holes het idee tussen zijn oren dat hij zijn setje clubs begint te ontgroeien. Hij is bijna dertien en zijn setje is van dat hij zeven of acht was. Een jaar of wat geleden moest hij kiezen tussen wielrennen of golfen. Het werd wielrennen. Ik denk dat als zijn vader was doorgegaan met golfen en niet was overgestapt op fietsen, want meer conditiewinst en meer vetverlies, dat M. dan was blijven golfen. Het is vandaag ontzettend warm. Je kunt dan beter op de fiets zitten en met snelheid je eigen verkoeling realiseren. Maar vandaag lopen M. en ik negen holes op een prachtige baan, elke bal die we slaan is een poging tot perfectie, soms pakt dat goed uit, soms hoor ik M. hartgrondig KAK zeggen, soms Kijk, ik kan het wel, meestal: Gaan we deze bal dus even mooi verderop neerleggen. Of vergelijkbaars. Het heeft wel iets om een paar uur door te brengen met een joch dat vooral denkt dat het goed zal gaan en er snel overheen stapt als het minder uitvalt. Het was een erg warme en mooie dag. En golfen is een leuk spelletje.

Beton

op 11 mei 2012 reizen we van Basel naar Sankt Moritz. Reizend met het spoor valt op hoeveel beton de Zwitsers gebruiken om hun infrastructuur te onderhouden en uit te breiden. Plus hun ongelooflijke vindingrijkheid om in lagen, in verdiepingen te werken. Met alles. In dit land van hoog-laag is de derde dimensie veel meer een ding dan bij ons. De lucht of de bodem in is in Nederland naar verhouding een rariteit. Hier doen ze niet anders. Het spoorwegnet is gigantisch en heel erg aanwezig in het landschap, ook omdat het zeer eenvormig is. Alles is systeem, hier. Viel het oude centrum van Basel op als rommelig, alle constructie van de laatste vijftig jaar is systeem. Hoewel niet alle constructie, wel infra, appartementen, fabrieken, logistieke punten en dergelijke. Het landschap, zeker in de brede dalen, is aangeharkt. We zagen ook twee mannen tegen een helling dode takken bij elkaar trekken. Nu op het terras bij Hotel Laudinello. We eten een insalata Caprese en drinken Pinot Grigio. Dadelijk stukkie lopen. Het is zonnig en fris warm. De stilte lijkt hier stiller dan bij ons. De lucht is zuiver maar L. doet niets anders doet dan niezen. Nog steeds verkouden. Vanmorgen in Basel kochten we in de stationsapotheek Panadol. Nu gaat het iets beter met haar. Er wordt hier trouwens erg veel gebouwd en ook nog eens heel mooi. Verder lijken de mensen hier langzamer te lopen, ook in een bruisende stad als Basel.

Gans

een gans waar je haar niet verwacht

severensweg ter hoogte van de kerk

verdwaald op lange meters grauwig asfalt

neemt zij een aanloop en stijgt op

maar vijftig meter verder al landt zij

uitgeput haar poten schroeiend

aan een landingsbaan die zij niet kent

nu ook nog mank en waarschijnlijk

op deze zondagmorgen in het voorjaar

er staat veel wind en die is guur

tijdens de trek jammerlijk

bijna aas geworden

Het was op 29 maart 2015 dat ik via Amby van Meerssen naar Maastricht wandelde. Het weer die dag: aan zee af en toe een storm, kracht 9. In de kustprovincies kwamen windstoten voor tot 115 km/uur. De gemiddelde temperatuur was 9.3° en er was een gevoelstemperatuur van 6°. Het was een geheel bewolkte dag. Het gedicht schreef ik op de dag erna.

Fonteinen

Ik moet even bij de winkel voor gehoorapparaatjes zijn. De accu van het ene loopt sneller leeg dan die van het andere. Het is niet ver lopen. Het is langs de slijter, de bank, de schouwburg, de bioscoop, over het plein en langs de terrasjes. En dan ben ik er al. De zon schijnt voluit, er zijn geen wolken, het is warm. Eindelijk weer eens. Maar, de vakantie is voorbij. Op de terrassen zijn de meeste stoelen leeg. Dat was enkele weken geleden wel anders, ondanks het mindere weer. Er is één terras waar het altijd druk is. Het etablissement dat het exploiteert is om de een of andere reden populair. Er staan altijd rollators. Zou er een relatie zijn? Geen idee en ik wil het ook helemaal niet weten. De fonteinen op het plein zijn vol in bedrijf. Steeds vaker spelen er kinderen in en om de zuiltjes en zuilen van water. Er liggen er nu zelfs een paar op handdoeken te zonnebaden. Op de banken zitten moeders met tassen. Ze zijn druk met dingen op hun mobiele telefoons en houden vanuit hun ooghoeken de kleintjes in de gaten. Op het terras van de schouwburg aan het plein zitten onder de grote luifel de mensen aan de witte wijn, mensen die op zomaar een zonnige woensdagmiddag de tijd hebben of nemen om van het leven te genieten. Als ik terugloop is er niets echt veranderd. Het is hier nu, in deze warmte, precies als onder de Franse zon. Het is warm, als je eenmaal zit, zit je, en als je beweegt ligt het tempo laag en wat niet per se moet, dat moet dus niet.

De kast

“Ik denk dat het tijd wordt dat jullie eens meegaan naar E. om afscheid te nemen van tante J,” zei mijn moeder op een mooie, heldere dag in de winter, ergens aan het einde van de jaren tachtig. Tante J. was, 84 jaar oud, aan bed gekluisterd geraakt als gevolg van kanker aan de alvleesklier. Haar dood kondigde zich nu aan en mijn moeder vond het nodig dat partner P. en ik haar een laatste groet gingen brengen. Zij zou met ons meegaan. Dan viel het praten gemakkelijker. Tante J. woonde in een groot, oud huis en verbleef op haar slaapkamer in een breed eikenhouten ledikant. Dat stond midden in de ruimte. Fel zonlicht viel via een raam achter het hoofdeinde op het grote bed. Tante J. was altijd al een wat iele verschijning geweest maar nu, met het dunne, grijze haar en de witte huid tussen de witte lakens en met haar ogen gesloten, leek ze wel heel erg op een bijna dood vogeltje. Het vogeltje bleek echter al snel nog alles behalve bijna dood. Hoewel klein van postuur, tante J. was verbaal altijd al met veel verve aanwezig geweest en had – eenmaal goed wakker – ook nu nog van alles te vertellen. Het bezoek moest het doen met één stoel. Die was voor mijn moeder. P. en ik stonden nu eens hier, dan weer daar rond het bed. We hielden ons staande aan beurtelings hoofdeinde en voeteneinde. Onze blikken gleden door de kamer. Ondertussen ontgingen de priemende oogjes van tante J. niets. Toen mijn ogen voor haar gevoel erg lang bij een heel oude kast bleven hangen zei ze: “Ik zie je wel naar die kast kijken. Als je maar niet denkt dat je die erft.” Ik voelde me betrapt zonder dat daar reden voor was want de kast was tussen mijn oren absoluut niet als mogelijk erfstuk opgedoken. Maar maak dat op zo’n moment een mevrouw met onwrikbare standpunten als tante J. maar eens duidelijk.Toen tante J. een aantal maanden later, altijd ongetrouwd gebleven, stierf, verdeelden haar broers en zus de boedel. De kast die ik niet zou erven staat inmiddels zo’n jaar of twintig in onze woonkamer.

Deze anekdote schreven mijn L. en ik op in 2008 naar aanleiding van een publicatie in een weekblad.

Camino

Wil je op de hoogte blijven van de fietstocht van Bart naar Santiago de Compostela, bezoek dan https://bartscamino2023.wordpress.com Bart is gisteren vertrokken, rijdt in één maand naar zijn doel en schrijft het allemaal leuk op. Veel plezier.

Balk

Het was zondagochtend 11.30 uur. De zon scheen in Balk en het waaide er zoals dat hoort in de zuidwesthoek van Friesland. Het was tijd voor koffie. Er meerde een zeilboot zonder mast aan bij de ophaalbrug. Zes Duitse fietstoeristen keken toe. Het terras waarop zij achter een groen geschilderd smeedijzeren hek aan de witte wijn, bier en cappuccino zaten was ongeveer negentig centimeter diep. De stoelen van waaruit zij licht apathisch en zonder enig commentaar het aanmeren volgden, stonden in een strakke rij met de rug tegen de gevel van het café. Op een met krijt beschreven bord prees het luidkeels zijn collectie speciaalbieren aan. En de mogelijkheid het drinken ervan te combineren met het prijsvoordeel van een spaarkaart. De rij stoelen leek op de stalles in een bioscoop. Aan het hek waren terrasinwaarts twee halfronde hangtafeltjes gemonteerd. Waarop het bier, de witte wijn en cappuccino. Al met al leek een en ander nog het meest op een rij krijgsgevangen, uitgeblust wachtend op de kogel. Ik moest binnen zijn, in het café dus, om er twee koffie en twee stukken appelgebak zonder slagroom af te rekenen. Tot even daarvoor had ik ook stalles gezeten. De per mobiele telefoon opgetrommelde brugwachter was van zijn fiets gestapt, had de brug opgehaald en de zeilboot met groot gebrek had zijn weg kunnen vervolgen. In het café zat een jonge hoogblonde vrouw wasgoed te vouwen. Naast haar, op de tafel, een reiswieg met baby. Aan de bar zaten met hun rug naar de tap vijf mannen als een kopie van de Duitsers buiten. Zij volgden het vouwen met de ogen van mensen die weten hoe alles zich altijd weer dagelijks, wekelijks, maandelijks, jaarlijks herhaalt. Mijn goedemorgen viel als een steen in de vijver. Er kwam enig geschrokken gemompel terug waarna het verstoorde tableau vivant zijn oorspronkelijke vorm weer aannam terwijl het vouwen onverstoorbaar door was gegaan. Weer buiten zag ik de brugwachter op zijn fiets stappen en wegrijden. De brug lag weer op zijn plek.

Lemmer, 10 september 2017

Herfst

Op de wijze van ‘t is weer voorbij die mooie zomer

Hoei woei, het is weer bijna herfst,

de pannen waaien bijna van het dak,

ja, de zomer is nu bijna op zijn sterfst

en de mist voelt zich al lekker op haar gemak …… 

Sorry, maar het moest er even uit.

Keuze

Het is lastig, een keuze maken, soms. Ik ben voor vrije beroepskeuze, voor het kiezen van een beroep dat je leuk lijkt. Dat bij je past, waarin je tot je recht komt en dat je gelukkig maakt. Als mens. Leuk lijkt me overigens een relatief begrip in dit verband. Ook de beloning speelt een rol, plus de werkkring, perspectief en nog zo wat dingen. Maar er is een groot tekort aan mensen die willen werken in de zorg, veiligheid en onderwijs. Dat zijn heel primaire sectoren in de samenleving. Je kunt niet zonder politie, ziekenhuizen en scholen. En zonder publieke dienstverlening. Zonder is de samenleving ten dode opgeschreven. Ondertussen zijn er ontzettend veel nagelstudio’s, hondentrimsalons, kattencoaches, managers, leefstijlinstituten, kapsalons, bedrijfsadviesbureaus, beautycenters, huiswerkbegeleidingsbureaus en joost mag weten wat er nog meer aan bedrijvigheid is, louter gericht op wat je met een beetje moeite en zonder erg veel relevante tegenspraak breedmaatschappelijk irrelevant kunt noemen. Er ligt daar volgens mij een taak voor de overheid. Ze moet minstens tijdelijk de keuze voor maatschappelijk marginale beroepen ontmoedigen en de aantrekkelijkheid van de keuze voor maatschappelijk onmisbare stimuleren. Hoezeer ik ook in principe voor vrije beroepskeuze ben. Overigens was er ooit beperkte toegang tot de opleidingen tot arts en tandarts. Het kan dus wel, keuzes maken. Dat leidde weliswaar op termijn tot een schrijnend tekort maar dat gevaar loop je niet met het beperken van de keuze voor [vul zelf in].