ESC

Kijk dan niet, zeg ik tegen mezelf, als ik denk dat die European Song Contest (#esc) vooral gênante uitzinnigheid is. Kijk dan gewoon niet, zet de televee uit, zet Pointer op of Nieuwsuur maar zeur niet, zeur niet, zeur niet. As we speak zingt een Belg nogal vals en druipt het melodrama in vette modderstromen uit de trussen. Goed, ik kijk desondanks. Althans, terwijl in Malmö de fine fleur van baanbrekend muzikaal Europa en nog wat landen die goed aanhaken bij onze paneuropese identiteit ongeremd alles wat ze heeft in de met veel galm overgoten strijd gooit, tik ik m’n stukje. Zo nu en dan werp ik een korte blik op wat het lawaai voorbrengt en ik realiseer me dat deze European Song Contest (ESC, staat dat niet voor Escape?) ook voor de tikkers van stukjes een goudmijntje is. Voor je het weet ben je verslaafd. Dus, ik ga er helemaal niks meer over zeggen. Kruis er achter. En slaap lekker, straks. Maak je los. Escape!

Chemie

Het was er vandaag dus wéér niet. Weer geen regeerakkoord. Kerrolain zei vanochtend nog wel: Ik heb chemie met alledrie. Maar desondanks niet, dus. Ik hoorde wel al een carnavalskraker geboren worden. Die drie, die drie, die hebben het nie, die hebben het nie, maar raad eens wie, maar raad eens wie, IK IK IK heb chemie met alledrie. Duidelijk is: Kerrolain doet er niet toe. Ik mag dan haar IK met hoofdletters schrijven, ze is een rechtse allemansvriendin en uiteindelijk voor niemand speciaal. Ondertussen zijn er drie voor wie chemie blijkbaar vooral gewoon een bètavak is en een bedrijfstak waar goed verdiend wordt maar waarvan ze niets weten en ook niets willen weten. Die zeggen wél er met elkaar uit te willen komen. Maar, ze hebben geen idee hoe ze zich dat concreet voor moeten stellen. Wat is de weg daar naartoe? Twee mannen aan een achteraftafeltje die teksten schrijven om in mapjes te doen? Hier leidt blijkbaar slechts de gedachte dat als je iets maar heel erg wilt, dat het dan ook lukt. Verder is er helemaal niets. Op enig moment eindigt het hele circus met een grote plof. Toch nog chemie.

Ongeluk

Toen ik vanmiddag terugreed naar huis, vanuit Tegelen, raakte ik al ter hoogte van Blerick in langzaam rijdend verkeer verzeild. Over de vluchtstrook raasde een brandweerwagen voorbij en daarna nog een en daarna een politieauto en daarna nog een ambulance. Toen ik vijfhonderd meter verder was stonden ze daar de rechter rijstrook te blokkeren. Even verder hing een auto dwars op de rijstroken in de vangrail. Ongeval dus. De kijkersfile aan de overkant bleek langer dan de vijfhonderd meter die ik langzaam had moeten rijden. Ik had de indruk dat er veel hulpverlening op de been was maar dat het allemaal nogal meeviel. Maar goed, het was een vluchtige waarneming, ik had per slot van rekening zelf ook nog een auto in het gareel te houden. En nu zette ik net de televee aan en daar is het tweede ongeval van deze dag. Het Eurovisie Songfestval, de eerste halve finale. Het kan zijn dat ik het fenomeen niet meer begrijp want in mijn ogen is het de jaarlijkse hoogmis van herrie en wansmaak. En van hysterie. Tegelijkertijd zingt het al weken rond in de media. Het moet dus wel iets zijn waar velen vol verwachting naartoe leven. Ik heb het gevoel dat ik mezelf buiten de tijd plaats met te twijfelen aan de waarde ervan. Dat ik er niet meer bijhoor, dat ik de essentie van het in onze joods-christelijk cultuur dominante jonge levensgevoel niet begrijp. Ik weet nog dat jongeren met gitaar, banjo en mandoline en knusse liedjes rond een kampvuur ondanks wolken van motten en muggen het leven vierden en zich daar uren in konden verliezen. Daar volstrekt gelukkig van werden. We shall overcome. Hoewel, nu komt Frankrijk voorbij en daar kan ik wel weer wat mee, Maar ja, dat is Frankrijk. Heerlijk land.

Oh, was niet Frankrijk, was Letzenburg. Ook heerlijk land.

Groeningen

In Groeningen, precies als ik er binnenrijd

gaan er de straatlantaarns aan, led maar toch

knus en dorps en huiselijk – warm helder –

de schemer is gevallen, regen dreigde al

maar zet nu door. De wissers doen hun werk.

De weg gaat onder kathedrale bomen

tussen bermen die als bruiden van de nacht

In het wit van fluitenkruid zich laten welgevallen

dat mijn groot licht hen nog even uit de slaap houdt.

Joseph

Het was fijn, gisteren, om weer even in Meerssen te zijn. Vooral de ontmoeting met de vrienden (m/v) van de werkgroep Stolpersteine. I. appte vanochtend dat hij en F. bij de dodenherdenking in Meerssen de kleindochter van Joseph Zeligman gesproken hadden. I.: ‘Ze was speciaal uit Amsterdam gekomen om hier, waar haar opa gewoond had, dodenherdenking bij te wonen. En ze heeft voor ieder lid van het gezin een witte roos bij de steentjes gelegd.’ Het gezin van Salomon (1881-1944) en Mathilde Zeligman (1885-1944) van de slagerij op de Markt telde vier kinderen. Op 25 augustus 1942 worden Adolf (1914-1943), Martha (1920-1942) en Jeanette (1925-1942) door de Duitsers opgehaald. Joseph (1918) heeft dat moment niet afgewacht. Hij is dan de Maas al overgezwommen en zal zich bij de Witte Brigades, het verzet, in België voegen. Hoewel de Duitsers zijn gezicht kennen – ze namen in het ouderlijk huis aan de Markt een portret van de muur – blijft hij op vrije voeten. Hij overleeft de oorlog en keert op 11 juni 1945 terug in Meerssen. Hij trekt tijdelijk in in het pand aan de Markt 26 totdat op 1 augustus 1945 het ouderlijk huis weer beschikbaar komt. Joseph probeert de slagerij nieuw leven in te blazen maar dat lukt niet. Hij woont er nog tot maart 1948 en vertrekt dan naar Huizen. Hij trouwt met Aaltje Thouars en krijgt met haar drie kinderen. De oudste is Rudi met als derde naam Adolf. Het tweede is een meisje dat Jeanette Mathilde Martha heet. Het derde heet Freddy. Op 7 september 1964 overlijdt Aaltje. Als Joseph op 30 juli 1971 overlijdt, is hij getrouwd met Petronella Broens, met wie hij twee kinderen heeft. Dat zijn Josephina Petra en Robertino. In de periode na de oorlog is Joseph bewindvoerder over het bezit van zijn ouders Salomon en Mathilde, zijn oudere broer Adolf, zijn jongere zussen Martha en Jeanette en van zijn tante Bertha. Interessant is dat in de genealogische gegevens van Joseph is opgenomen dat hij op 24 augustus 1942 in de basiliek van Meerssen gedoopt is. Bij navraag bij het kerkbestuur van de basiliek eind 2019 blijken Joseph, Martha en Jeanette ingeschreven in het doopregister. De naam van Adolf ontbreekt. In het doopregister is toegevoegd: ex Judaismo ad fidem Catholicam. Bekering en doop hebben de kinderen Zeligman niet kunnen redden. Het was een hele klus maar ook een eer met de Werkgroep Stolpersteine wat dieper in het leven van de familie Zeligman te zijn gedoken. Oh, en de kleindochter, dat is een dochter van Fred(dy) Zeligman. Ze was er ook bij toen we de steentjes legden.

Steentjes

We waren vandaag in Meerssen. Daar maakte de Werkgroep Stolpersteine de steentjes weer schoon. Op 4 mei in 2023 voor de eerste keer, nu, in 2024, voor de tweede. We troffen J., Ch. en F. aan op de Markt, op hun knieën voor het huis waar Salomon, Mathilde, Adolf, Joseph, Martha en Jeanette Zeligman woonden. Vuile handen, koperpoets, doekjes, borstels. De steentjes glommen weer, naast de zes steentjes een klein, wit bloemenboeket. Toen we nog in Meerssen woonden, was ik lid van de werkgroep. Op 23 april 2022 konden we de struikelsteentjes na corona eindelijk leggen bij de zeven huizen in de gemeente Meerssen die in de loop van de Tweede Wereldoorlog hun bewoners uit hun veilige kamers zagen vertrekken. Zonder duidelijke bestemming. Naar een zekere dood. Gedwongen door de meedogenloze hand van democratisch aan de macht gekomen moordenaars met een missie. Het waren kleine, intieme ceremonies waar onverwacht veel mensen bij wilden zijn. We zaten vandaag ook op een terras op de Markt in Meerssen en zagen hoe mensen stil bleven staan bij de bloemen en de steentjes voor Salomon, Mathilde, Adolf, Joseph, Martha en Jeanette.

Landgoed

Het is vrijdagavond en sinds enkele weken wordt het ons vergund een blik te werpen op de dagelijkse besognes van de eigenaren c.q. bewoners van een zestal landgoederen. Het is omroep Max die er steeds in slaagt nieuwe prooien aan het aan inkijkjes verslaafde volk aan te bieden. Vooraf: Ik reken mezelf daar ook toe. We werden getrakteerd op series als Ik Vertrek, Bed & Breakfast, Kasteelvrouwe Emmy – WAAR IS EMMY? – en nu dan Liefde voor het landgoed. Nu zijn het mensen van een zekere komaf die zich in de kaart laten kijken. Naar hun dagelijkse besognes, dus. Het is allemaal niet zo dramatisch als in Ik Vertrek – JAMMER! – maar het is wel zorgelijk. Minstens zorgelijk. We krijgen als kijkers geen inzage in de boeken maar je krijgt wel het idee dat het een voortdurend omdraaien van het laatste dubbeltje is. Het beheer van een landgoed is gevestigd op karigheid maar dan wel van het meer scheutige soort. Het is een doorontwikkelde vorm van beschaafd sappelen, ingebed in netwerken met royaal geld achter de hand. Plus vrijwilligers. En verder is er marketing. En zijn er subsidies. Daarnaast, de clientèle – die zich meldt voor een high tea onder zeer luxe partytenten met op de tafels perfect gesoigneerde bloemboeketten en voor lijders aan diabetes 2 absoluut verboden snacks – is beslist niet voor minder in de markt dan voor iets exclusiefs waar men elkaar geen tikkie voor stuurt. Verder is er ruimte voor equestre evenementen, idyllische openluchtconcerten en arcadische bruiloften. En, niet onbelangrijk, een aantal landgoederen is open voor het publiek. Het publiek. Laat duidelijk zijn dat ik het belangrijk vind dat deze landgoederen de tand des tijds doorstaan. Handen uit de mouwen, dus. Doorsappelen!

Zomer

Veel gekker moet het niet worden: twee dagen na elkaar een zeer aangename temperatuur en de zon die zich bijna voortdurend laat zien. Vanochtend liepen almaar – vakantietijd – zomermoeders, zomervaders, zomerkinderen, zomeroma’s en zomeropa’s het dorp in. Veel bleke benen, armen en koppies op zoek naar een kleurtje. Maar nu, aan het einde van de middag van de tweede dag ontwikkelen zich flinke wolken. En in de loop van de avond gaat het regenen. Zegt de app. Een terrasje kan nog net, denken we. Nu is het twee uur later. We, El en ik en Em, hebben een lekker glaasje wijn gedronken, trotseerden stevige windvlagen en toenemende kilte. Er schampte een forse storing ons terras. Nu is de lucht loodgrijs en zijn we weer thuis. Dadelijk eten we de eerste asperges van het seizoen. Maar eerst breekt het onweer los en een stortbui en de wind. Het gaat tekeer. De asperges smaken goed maar we merken de laatste jaren steeds vaker dat de asperges zo gekweekt worden dat ze zoet smaken. En ze behoren enigszins bitter te zijn. Die bitterheid was oorspronkelijk ook de reden dat veel mensen suiker in het kookwater deden. Wij niet. Wat wij wel een belangrijke toevoeging vinden: zout. Welnu, de asperges smaakten en het blijft maar regenen. En niet te zuinig. Toen we nog in Meerssen woonden, vroegen we ons altijd af of en hoe het water van de heuvel ons zou verrassen. Nu zitten we hoog en droog. Maar nog altijd met in het achterhoofd de vraag of het water buiten blijft. En toch, de zomer staat op doorbreken.

1 mei

Vanavond stonden we stil bij 1 mei. Vieren, dat gaat er bij mij even niet in. Ik zou het wel willen hoor, 1 mei vieren, maar zo liggen de kaarten niet, in dit tijdsgewricht. Nadat we stil hadden gestaan, hebben we samen met leden van GroenLinks weer stappen gezet naar lokale samenwerking. Er valt zeker nog wel wat door te akkeren maar het gevoel is goed. Ondertussen speelden we in de loop van de avond vijf ronden pubquiz weg. Iedereen blij.

Kuisen

We zaten in een etablissement in Antwerpen. Het was een grote open ruimte. Iedereen zat volop in de kijker. Wij hadden vooral zicht op een jong echtpaar. Zij was heel mooi. En ze was nogal in de weer met haar handen. Het waren mooie, slanke en soepele handen. Maar het waren niet haar schoonheid, niet de schoonheid van haar handen die ons voortdurend uitdaagden tot kijken, Het was haar intensieve, dwangmatige, obsessieve draaien en keren van haar handen. Ze strekken, dan weer een vuist. Geen ringen. Dan weer van dichtbij, dan weer van veraf bekijkend. Van alle alle kanten ook. En steeds weer ging ze met een nagel onder een andere. Zaten er vuiltjes onder? Het waren natuurlijke nagels, licht glanzend gelakt, niet te lang, perfect in een strakke lijn gevijld. Het leek of ze nooit schoon genoeg waren. Ik vond het sowieso een weliswaar fascinerende maar ook vreemde vertoning. Was het etablissement een theater of museum geweest dan had haar handenspel een performance kunnen zijn. Het was ook vreemd omdat mogelijke vuiltjes onder de nagels, verwijderd met een andere nagel, weer onder die andere achterbleven. Er werd daar vuil geruimd maar ook verplaatst. Als er tenminste vuiltjes onder haar nagels zaten. Haar man zat ondertussen smakelijk een fors keteltje mosselen met mayonaise leeg te eten. Met zijn vingers. Zo nu en dan zuchtte hij diep als gevolg van een schijnbaar groot genoegen. Zo nu en dan wierp hij ook nog even een blik op zijn vrouw. Hij was dit gewend. Hij zag haar, ook hier, met lange rubberen handschoenen, de keuken en de badkamer kuisen. Zij verliet zo nu en dan even haar obsessie om met een prachtige rechterhand met een voorzichtige beweging een nip van haar witte wijn te nemen. Waarna ze met een zakdoekje de rand van het glas schoonveegde en het spel van handen weer doorging.